Frodo & Co, Lords of Game
De STIJL van jagen

De STIJL van jagen

Alle artikelen

(min of meer chonologisch)

Introductie : bouw.


Wat we onder stijl verstaan, moeten eerst even helder definiëren:

De stijl van de staande hond is het totale bewegingspatroon van de jagende hond tot en met het punt. Dus met inbegrip van een correct afgerond punt.

Het totale bewegingspatroon van een jagende hond, waar ook veldaanpak ook bij hoort.


Die hond moet dus met gedrevenheid jagen om het wild te vinden. Hij moet scherp en alert zijn en moet dus over een perfecte fysieke conditie beschikken. Hij moet verschrikkelijk goed en gemakkelijk kunnen lopen. Daarom gaan we hier de bouw van de hond belichten.

Dit artikel is eerder verschenen in
De Jachthond in 2018

auteur: Nel Barendregt
Fotografie: Nel Barendregt

Een jonge hond heeft nog niet zo veel ervaring met geuren en kan nog niet zo agressief jagen als een volwassen hond moet.

 Bij dat jagen spelen meerder factoren een rol, zoals:

  1. Bouw, de basis voor een goede stijl
  2. Veldaanpak 
  3. Neus
  4. Jachtverstand 
  5. Opleiding


Al deze onderwerpen zijn super belangrijke onderdelen die bijdragen tot een mooie stijl van jagen. 

Het goede nieuws is: ze kunnen ‘gefokt’ worden. 

Maar wie deze onderwerpen niet doorgrondt, weet echter niet hoe er op te fokken. Veel mensen denken wel dat hun hond een goede neus heeft, maar hebben nauwelijks referentie kader van hoe goed dat ‘goed’ kan zijn. Ook moet je het subtiel veranderende gedrag van je hond leren lezen. Wat heeft je hond in de neus? Waarin is hij geïnteresseerd? Dat eist kennis, ervaring en studeren, heel veel studeren. 

Hierbij speelt het lezen van je hond en hem opleiden om zijn kunde naar jouw wens aan te wenden een belangrijke factor. In dit artikel gaat het uitsluitend over de functionele ‘bouw’ van de hond.


Leren kijken met kennis op zak helpt, maar kijken wordt pas zien als u er zelf met kennis en verstand lang en vaak op studeert. Vingeroefeningen doen. Dan wordt het spel nog veel mooier. Maar denk niet dat wij het op een achternamiddag doorzagen, dus blijf studeren! Blijf jaren lang studeren. Er valt zoveel aan die hond af te lezen, veel meer dan je denkt. Zo wordt je band ook steeds mooier en hechter.


Vrij gemakkelijk begin je die studie door de voorjaarsveldwedstrijden te bezoeken, gewapend met een goede kijker. Zwijg en kijk en probeer te zien wat we in dit artikel proberen uit te leggen. Luister naar wat een keurmeester je na een loop weet te vertellen en luister naar uitsluitend de meest kundige deelnemers. Er staan namelijk ook veel ‘beste stuurlui’ aan de wal.


Bouw

Een goede stijl begint bij een goede bouw van de hond. Over een goede bouw blijkt erbarmelijk weinig kennis te bestaan, anders zou er wel beter op fokken worden. Niets aan een jachthond is belangrijker dan een goede functionele bouw!

Zoals al eerder gezegd, uw hond is gehandicapt als hij niet goed gebouwd is. Minder valide in lichaam en geest, want dat gaat voor jachthonden samen. De hond die namelijk niet ‘moeiteloos’ loopt, die kán zijn verstand niet meer goed gebruiken. Tijdens een wedstrijd loopt een hond ‘slechts’ vijftien minuten, maar dat is wel onder alle terreinomstandigheden! En al die tijd moet hij scherp bij de les zijn om dat ene koppel patrijzen in de neus te krijgen. De hond die met het bewegen moeite heeft, die kán zijn hoofd er niet bij houden. De hond die vanwege zijn minder functionele bouw sneller moe wordt, die kán niet meer optimaal zijn neus gebruiken. Hij kan zich na een aantal minuten misschien mechanisch nog wel voortbewegen, maar hij houdt het niet vol om scherp gefocust te blijven. Hij functioneert niet meer. En dat koppel patrijzen blijft mooi zitten. ‘Er zat geen wild in mijn veld,’ zegt men dan achteraf, maar of dat waar is, valt te bezien. 


Staande honden moeten moeiteloos alle hoeken van het veld afjagen, ongeacht de begroeiing. Juist de hoeken en de randen. En als dat niet soepeltjes gaat, dan mist die hond veld en dus wild. Hij mist wild, omdat hij zijn hoofd er niet meer bij kan houden en hij mist veld, omdat het lopen hem te veel moeite kost. Aangenomen dat de opleiding deugdelijk was en zijn baas kennis van het wild heeft.

Als we het hier hebben over de bouw van de staande hond, dan nemen we gemakshalve de Duitse Staande Langhaar even als referentie. Er zijn essentiële verschillen in stijl van de diverse staande honden rassen, maar op zo veel detail gaan we nu nog niet in. Eerst de basale functionaliteit van bouw en beweging.


De voorzitter van de Raad van Beheer op de Wereld tentoonstelling voor exterieur in Amsterdam zei vorig jaar op het nieuws, dat er tijdens de show, naast mooi, ook wordt gekeken naar karakter en bouw. Dat is voor jachthonden een gotspe, het is nog geen percentage van wat men zou moeten zien en beoordelen! Dat lukt niet in een tentoonstellingsring. En karakter, jachtverstand, neus, etc komt al helemaal niet tot uiting.

In stil staande positie is het heel lastig te zien of een hond functioneel gebouwd is; je word dan te theoretisch en kunt gemakkelijk fouten maken, die je in jagende beweging veel gemakkelijker ziet.


Functionele bouw

Een staande hond stuwt weliswaar met de achterhand om snelheid te maken, maar het is vooral de voorhand die bepalend is voor het goede loopvermogen; misschien moet ik zeggen: het is de voorhand waar veel honden gebreken vertonen. De schouderpartij moet optimaal kunnen scharnieren en soepel naar voren kunnen strekken. Ook moeten de voorpoten voldoende uiteen staan, om naast de borstkas met voldoende longinhoud toch goed te kunnen scharnieren. Anders gezegd: de hond die in de voorhand (te) smal staat, die kan óf niet goed scharnieren óf heeft onvoldoende longinhoud.

Standaard geldt voor de staande hond dat hij door het veld beweegt met een egale ruglijn, gedreven ver naar voren grijpt, met stabiele kophouding (ras afhankelijk hoe hoog) en met een stille staart.

Hier staan een aantal dingen:

  • een stille, strakke rug
  • de verhouding lengte en hoogte
  • goed ver naar voren kunnen uitgrijpen
  • een goed gedragen hoofd en rechte rug en staart
  • de staart stil is en goed aangezet


Hoekingen

De ruglijn moet dus stabiel zijn als de hond de stoppel afjaagt. Alleen het beenwerk beweegt, met schouder en bekken. De hond die dat fysiek kan en met voldoende ‘agressie’ (gedrevenheid) jaagt, strekt zijn voorpoten uit tot vóór de neus en maakt zo snelheid. 

De stuwing komt van de achterhand, terwijl de voorhand meer balanceert en leidt.


Bij een goed gebouwde hond in volle galop ligt de ruglijn stabiel. Goed gebouwd betekent tevens dat de hoogte en lengte van de hond in verhouding is, anders wordt het een hobbelpaard. 

Er is vooral bij ‘lange honden’ veel gestudeerd over hoekingen en hoogte-lengte verhoudingen, allemaal details die perfect met elkaar in balans dienen te zijn. Wat mij betreft leidt het af, als je het te theoretisch maakt op dergelijke details. Het einddoel telt: als de hond (ogenschijnlijk) moeiteloos jaagt, dan zie je direct of/dat die verhoudingen goed zijn.

Welke bron onderstaande schets heeft, heb ik niet kunnen achterhalen; maar met dank aan de maker wilde ik u deze echter niet onthouden. Dit verheldert veel, maar wij kijken vooral naar het bewegende beeld. Functioneel en minder naar de theorie in stilstaande vorm.

De ruglijn

In volle galop behoort de lijn van de rug egaal horizontaal over het veld te bewegen. Op het vlak is dat één horizontaal vloeiende lijn. In de praktische jacht in bijvoorbeeld volle bieten is dat iets minder egaal, omdat de hond de bieten moet ‘nemen’. Achterhand en rug moeten daarbij harder werken. Een goede galop zal er nog altijd vloeiend en elegant uit zien en als het heel mooi is, moeiteloos lijken. 

De foto hieronder geeft aan hoe de hond moeiteloos de achterpoten optilt, onder zich vouwt en tevens prachtig balanceert in zweefsprong door het zwaarst mogelijke terrein.

Strakke lijn kop-rug-staart en stille staart

Behalve dat de ruglijn strak en stil ligt (niet hobbelt), is ook de lijn van de hond strak recht. Kop-rug-staart zijn stil in een strakke lijn. Dat betekent dus ook dat de staart niet beweegt en in de volle galop niet nodig is. 

Als de hond zijn staart nodig heeft voor een strakke galop om zijn balans te houden, dan moet hij (met zoveel hefboom werking) heel veel harder werken dan de hond die zijn staart in volle galop niet nodig heeft. Dus is hij minder valide in de letterlijke zin van het woord. Die staart gaat ‘werken’ als de hond zichzelf als het ware in balans moet houden (omdat hij zo moeilijk loopt).

Als de hond zwenkt, van richting verandert, dan zal hij altijd zijn staart als roer gebruiken om dan die balans te ondersteunen. Dat is een logische functie, maar niet in de rechte, volle galop; dan juist houdt de stille staart ‘zijn roer recht’.

In beide onderstaande foto’s van dezelfde hond laat zich dit weer goed zien. De staart is volledig stil. De kracht uit de achterhand moet probleemloos voortgezet kunnen worden door de voorhand.

De rechter foto toont duidelijk hoe de hond maximaal zijn lijn behoudt op het moment dat hij de achterpoten onder zich moet vouwen. De kop- en staartlijn is stil. Dit was een stabiel beeld van alle foto’s van deze hond in de bieten. Natuurlijk moet de hond dan ook nog in een goede conditie zijn, en dan zijn alle fysieke voorwaarden daar om goed te kunnen jagen.

De galopsprong en het ver naar voren grijpen

Als een hond gemakkelijk loopt, dan zal hij dat graag doen en des te beter zijn ‘agressie’ om wild te vinden kunnen ontwikkelen. Die enorme gedrevenheid komt dus vooral bij honden, die met veel gemak bewegen, het best tot uiting. 

Het spreekt weer voor zich, dat bij enige vermoeidheid vanwege een moeizaam atletisch vermogen van de hond, de drive tot jagen, vinden en verstandige veldaanpak niet meer goed kunnen functioneren.

De hond die goed beweegt, komt dankzij die enorme stuwing vanuit de achterhand enige momenten van de grond en kan in die strekking, de voorpoten tot royaal voor de neus strekken. Die stuwing moet in balans zijn met de gehele voorhand, die daarvoor voldoende ver naar voren dient te kunnen grijpen.

Niet af en toe maar bij elke normale galopsprong.

Deze jager loopt als zo velen achter zijn hond aan die geen enkele behoefte heeft zijn buit te delen met die nare zeurpiet.

Onderstaande serie foto’s is genomen in een tijdspanne van krap drie seconden. Drie seconden dat de hond mooi voor de camera langs kwam. En kijk naar de totale balans in de hond; kop, rug en staart stil.

Juist op de meer inkomende foto’s hieronder is goed zichtbaar dat de schouder zo gemakkelijk beweegt, dat de voorpoten met gemak voorbij de neus van de hond reiken. Zo kan de galop mooi worden afgewikkeld. En kijk eens naar die schouderpartij!

Ook hieronder is duidelijk hoe soepel de hond met name in de voorhand scharniert en dus vol haar talent kan benutten. Goed zichtbaar is dat de borst voldoende volume heeft en de voorbenen mooi breed uiteen staan om - bijna naast - het lijf soepel te kunnen scharnieren. De gemakkelijke afwikkeling is heel goed zichtbaar.

Stijl op de internationale veldwedstrijden

Vooral op de grote internationale veldwedstrijden zijn stijl en initiatief van het grootste (ultieme) belang. De barrage gaat dan vooral nog over wie de mooiste stijl toont; ras-typische stijl van beweging, initiatief en veldaanpak. Dat is ook logisch want de veldwedstrijden zijn vooral bedoeld om fokmateriaal te kunnen selecteren.

Iedereen mag vinden dat dit te moeilijk is om het zelf te bereiken, maar dat neemt niet weg dat ook een gewone functionele jachthond voor het alledaagse gebruik, aan diezelfde bouw norm moet voldoen. Dat zijn geen ‘andere’ honden, het zijn de beste honden. 

Waarom dan toch zoveel slecht bewegende honden gefokt? Zo veel hobbelpaarden? Zo veel honden met staarten die heftig zwiepend de hond in balans moeten houden? Nee, het is niet de bedoeling om negatief te zijn, maar juist om te laten zien waarom je welke bouw zou moeten fokken. Daarvoor moet je prioriteiten stellen. 


Opleiden

Natuurlijk ook rekening houdend met het jachttalent van de hond: neus, motivatie, drive, veldaanpak, initiatief en al dat moois. Dan kun je genieten van de hond.

Nog veel meer als je hem ook subtiel en met kennis van zeken opleidt. Talent komt van nature, maar zal altijd zorgvuldig moeten worden beteugeld.  

Een deskundige en goed opbouwende begeleiding van het talent is een voortdurend proces van boetseren. Dat is altijd opbouwend, want wat je eenmaal vernield hebt, kun je nooit meer goed repareren!

Nooit mag je de hond corrigeren op zijn talent. Talent laat je ontwikkelen. Het is samenspel, dus zonder correctie en getrek aan het touw, dient de hond respect voor zijn baas te hebben. Een baas kan dat respect mede verdienen door deskundigheid van het talent van een jachthond te begrijpen, te doorzien en te tonen. 

Respect heeft de hond voor een redelijke, zij het strikte, leider, maar als je hem op zijn talent frustreert, dan verlies je veel. Van los laten stropen, leer je hond niet goed te werken, van rukken aan het touwtje begrijpt hij evenmin iets. Leiding geven vereist kennis van zaken en perfecte timing.


Ook veldaanpak en initiatief hoort bij het opleiden door het met beleid te stimuleren, te verbeteren. Met jachtverstand en nooit met dom bravoure. Dan nog zal van nature de ene hond beter (getalenteerder) blijken dan de ander. Onhandig of slecht begeleid komt hij zelden tot een mooi punt.

Gedrevenheid te vinden en initiatief zijn essentieel.