Frodo & Co, Lords of Game
Tongelen

Alle artikelen

(min of meer chonologisch)

Tongelen!  Prachtig.

In onze zoektocht om het gedrag van dier en mens te analyseren begint elke waarneming ruw en ongenuanceerd, om die later na diepere waarnemingen en analyses beter te detailleren in talloze nuances. Een verfijning die mij (natuurlijk) fascineert.


Gedragswetenschappers duiden het gedrag van een hond doorgaans in een situatie waarin de baas geen of slechts een passieve rol speelt. Een situatie waarin de hond tongelt, omdat er — bijv. in de nabijheid van andere honden — spanning of verlegenheid ontstaat. Onzekerheid waarmee de hond even niet weet hoe daarmee om te gaan. Dat wordt dan al snel gezien als spanning en dient te worden gemeden.


Een jonge hond bij mij daag ik voortdurend uit om beter zijn best te doen, vooral door hem te belonen voor kleine prestaties. Die hond zal dan al snel tongelen tijdens die kleine oefeningetjes. Dat nodigt mij dan juist uit om hem nog meer te belonen voor zijn mooie gedrag. En nog meer gaat Sam (of wie dan ook) zijn best doen. In Puppy Coach heb ik bewust diverse foto’s juist opgenomen om te laten zien hoe Sam — tongelend — super goed zijn uiterste best deed om mijn beloning te verdienen.

Dat is niet altijd correct in de juiste waarde geschat 


Diverse omstandigheden

Beide situaties zijn echter volstrekt correct geïnterpreteerd. Maar de omstandigheden zijn totaal verschillend. Als ik mijn pup opleid en ik maak hem telkens fier op zijn mooie gedrag zodra zich dat voordoet, dan zal de pup proberen daarnaar zo goed mogelijk te handelen. Een blije baas ‘smaakt’ naar meer! Apetrots zal hij steeds beter proberen zijn best te doen. Voorwaarde is wel dat de hond (pup) echt moet begrijpen wat er van hem wordt gevraagd. Te vaak zijn bazen te onduidelijk en dan kan de hond niet eens zijn best doen, omdat hij het in een onduidelijke situatie niet eens begrijpt wat er van hem verwacht wordt.

Dan tongelt de hond doorgaans niet. De ‘wat dan?’ vraag valt buiten het vraagstuk in dit artikel.


Vergelijk met mensen

We zien een zelfde gedrag bij mensen. Recentelijk nam ik een foto van een al wat oudere man, die zijn uiterste best deed om zijn jonge hond goed leiding te geven. Zodanig dat de hond keurig deed wat hij wilde en zoals ik hem geleerd had: hoe dat te doen, opdat het bij zijn hond ‘automatisch’ goed zou gaan. De man deed zo hard zijn best, dat telkens het puntje van zijn tong uit de mond stak.

Veelvuldiger zien we dit gedrag bij jonge kinderen. Een kleuter met nog niet zoveel controle over de handbeweging, die geconcentreerd probeert om binnen de lijntjes te kleuren, die zal doorgaans het puntje van de tong laten zien. In opperste concentratie. Ja, dat kind is gespannen, maar positief gespannen. Gezonde spanning om zichzelf te verbeteren. En als het dan goed lukt en die vooruitgang wordt nog opgemerkt en nog gewaardeerd ook, dan zal het de volgende keer nog beter zijn best doen. Zich nog meer inspannen. Geweldig!! 


Volwassen mensen zien dat al snel als kinderachtig, want wij hebben geleerd om kiekeboe te spelen: niet het achterste van de tong te laten zien. Maar mensen zijn vaak hypocriet, spelen valse voorwendselen en leren liegen en bedriegen. Dat is wat ons menselijke (cognitieve) verstand met ons doet.

Honden spelen geen valse voorwendselen, die zijn open, eerlijk en direct. Zij bezitten gelukkig niet de menselijke ‘deskundigheid’ om zich anders voor te doen dan men bedoelt. 


Het leerproces

Voor zover mijn kennis nu reikt, denk ik dat tongelen zich vooral gedurende een leerproces afspeelt. Dat is echter ongeacht de leeftijd. Maar leren doen we het beste wanneer we daadwerkelijk ervaren dat iets gewenst is en gewaardeerd wordt. Ervaren hoe fijn het is als je binnen de lijntjes kleurt, of als de pup netjes naast loopt of al kan blijven zitten, terwijl de baas langzaam inloopt om het lijntje om te doen na het ‘blijven zitten’ te oefenen.

Als je dán beloont, dan maak je je hond fier! Hij heeft iets moeilijks gedaan en dat bleek het juiste te zijn. Wow!


Te vaak denken bazen niet meer te hoeven belonen omdat de hond ‘het al kan’. Fout gedacht! Een jonge hond leert met de juiste beloning goed-gedrag te koppelen aan je opdracht en ook een oudere hond heeft nog veelvuldig die bevestiging nodig, omdat wij mensen nu eenmaal erg warrige en inconsequente signalen uitzenden (lichaamstaal). Dat zijn we niet alleen naar de hond maar ook algemeen. Een voddig gestelde vraag, geeft doorgaans een ongewenst of half antwoord. Het antwoord is dan niet fout, maar die vraag is onzorgvuldig geformuleerd. Een voddig gegeven opdracht, zal half werk laten zien. Terwijl een goed geformuleerde, inspirerende opdracht natuurlijk het best mogelijk werk zal laten zien, zeker als de baas dat ook ‘ziet’.

Natuurlijk overkomt het elke voorjager veelvuldig dat de beloning wordt ‘vergeten’. Wij zijn nu eenmaal mensen. Maar als je vaker je hond beloont voor mooi gedrag, zal hij niet alleen beter werken (minder slordig worden), maar zeker ook sneller vooruitgang boeken. (Nu zijn er ook mensen die altijd en voortdurend kraaien naar de hond, maar dat is natuurlijk geen belonen, maar wangedrag.)


De mate van spanning

Net zo goed als ‘netjes binnen de lijntjes kleuren’ inspannend is, brengt ook netjes aan de lijn lopen spanning met zich mee. Maar zoals al aangegeven kunnen we daar dankbaar gebruik van maken.

De regel is dat als je goed (getimed) beloont en daarmee de pup fier maakt, dan buig je die spanning om in positieve leergierigheid. De wil om voor mij te werken zal ik daarmee vergroten.

Maar dat geldt niet tegen elke prijs. De spanning moet positief blijven. Dat wil zeggen dat de hond perfect weet wat er wordt bedoeld, en dat even snel zal ‘vergeten’ als ik dat niet beloon of anderszins onplezierig maak. Dan is al snel de spanning negatief. Terwijl de pup aanvankelijk nog tongelde, zal dat snel over raken als hij niet meer snapt wat er van hem wordt verwacht. Dan staan we op de drempel van foute stress.


Tongelen en gapen

Met nog een beetje meer onduidelijkheid gaat het bij veel honden dan over in gapen. Gapen is heel veel zeggend. Het vertelt me dat de hond geen raad weet met de situatie. En je geen raad weten, ligt op de drempel van angst. 

Bij mensen komen al dit soort spanningsreacties soortgelijk voor als bij de honden. Tongelen, gapen, oversprong-bewegingen. Tongelen is daarvan veruit de meest positieve. Gapen het minst. Gapen is stress die zeker negatief mag worden gezien.

De hond die gaapt, die overvraag je als voorjager op enigerlei wijze. Dat ligt op het randje van het ondermijnen van je opleiding. Gapen tijdens het werken van een andere hond bijvoorbeeld, is voor menig hond erg confronterend. En zoals elk mens verschilt van de andere, verschilt die situatie ook per hond. Meen gas terug en maak de opgave eenvoudiger, zodat de beloning er kan zijn om het zelfvertrouwen in het gewenste gedrag te stimuleren.

Voor mij is gapen óver de grens van stress. Dan breng je de hond in een situatie die hij nog niet aan kan: dus langzamer en gevarieerder moet opbouwen.


Individuele verschillen

Net zo goed als elke andere eigenschap, verschilt de mate waarin het zich manifesteert enorm per hond. Sommige honden gapen nooit. Dat zijn de meer zelfbewuste of eigenzinniger karakters (vaak omdat ze toch alles louter voor eigen plezier doen en de baas als middel daartoe zien).

Net zo goed als sommige honden gemakkelijker leren piepen dan andere. Maar leren kunnen ze het (vrijwel) allemaal. Het vereist jouw regie, jouw management om je hond zoveel zekerheden en duidelijkheid te verschaffen, dat hij geen overmatige stress opbouwt.

Zoals alles begint het en eindigt het met jouw regie. Wie te snel wil, zal overvragen (lees: angst-stress oproepen), wie te saai, truttig langzaam het leerproces met zijn hond doorloopt, die wordt afgestraft met verveling (kan ook gapen oproepen, maar eerder nog wangedrag).


Opleiden

Het leerproces bij de hond kent een individueel variërend patroon. Te vaak willen we te snel en slaan de grondigheid van het correcte basis-gedrag te snel over. Een brede basis hoeft zeker niet saai te zijn. Ook in kleine simpele opdrachtjes kun je het vaak zoeken in de variatie en de diversiteit; het onverwachte van de opdracht in die omstandigheid en dat moment. Dat bevestig je dan telkens met die (verbale) beloning. Zo maak je de hond zeker van zijn handelen in talloze verschillende omstandigheden en pas daarna kan er een stapje bij op.

Opleiden is niet je hond onzeker maken!


Positief uitdagen in kleine stapjes en in diversiteit is waarmee je de hond gefascineerd houdt. ‘Opletten, oeps wat nu? De baas vraagt te zitten, maar hij loopt weg! Help wat moet ik? Ah, hij zegt ‘zit’, maar hij loopt verder. Oh, ‘braaf’, fijn, hij vindt dit mooi! Blijven zitten dus.’ Etcetera.

Vertrouwen wordt vernield als je te hard wilt lopen, je hond te snel op een niveau wilt laten presteren waar of jij zelf of je hond nog niet aan toe is. Een dan de oorzaken kan ook zijn dat je de verkeerde volgorde kiest om dingen aan te leren. 


Regie is geen bemoeizucht!

Dit artikel is eerder verschenen
oktober. 2016

auteur: Nel Barendregt
Fotografie: Nel Barendregt


het is niet de uitvoering die beloning vergt,

het is de inzet naar verbetering!