Frodo & Co, Lords of Game
mijn hond had geen wild

Mijn hond had geen wild

Dat is een geregeld gehoorde uitspraak als een voorjager met zijn staande hond het veld uit komt. De voorjager is dan veelal teleurgesteld dat zijn hond geen wild heeft voorgestaan en het punt mooi afgemaakt.

Maar die logica gaat niet op: de hond heeft namelijk de kans wel gehad, maar heeft die kans niet weten te benutten. Dat kan drie oorzaken hebben: 1 hij heeft het wild niet gevonden, 2. hij heeft het veld niet volledig bejaagd of misschien 3. er zat geen wild.


Veel te gemakkelijk wordt verondersteld, dat als een hond niet tot voorstaan komt, dat er dan geen wild in zijn veld zat. Keurmeesters zien veel en  geregeld ook het wild zitten, waar de hond simpelweg niet op reageert, niets mee doet. Vaker zien we het aanwezige wild helemaal niet en dan kan het op de wedstrijd niet worden aangerekend, maar is wel heel erg slecht van die hond! Als dat vaker gebeurt: een slechte jachthond! Hoe lief ook, zonder neus en/of jachtverstand is dat heel ernstig.


Op de Nederlandse veldwedstrijden zien we ook geregeld honden die wel een soort van hard lopen, maar te vaak nemen zij niet het hele veld mee. De voorjager loopt vlot mee naar voren en laat het halve veld of grote delen daarvan onbenut liggen! Dat zijn dan natuurlijk juist de randjes en als het wild ergens zit dan is het vooral daar. Dat is vooral slecht opgeleid en/of slecht voorgejaagd.


Een goed opgeleide hond, die heeft op natuurlijke velden geleerd ‘een goed parcours’ te lopen en dus de randjes mee te nemen. Dat vergroot de kans om wild in de neus te krijgen aanzienlijk. Die hond die leert dan tevens waar hij verwaaiing krijgt en leert zichzelf dus de randjes beter op te zoeken.


Natuurlijk is een goede jachthond geen robot en hij moet vooral niet mechanisch hard heen en weer gaan lopen, want dan is hij niet meer aan het jagen. Maar de basale opleiding mag niet ontbreken: het hele veld meenemen.


Als ik de veldwedstrijden (die ik bezoek) goed inschat, dan weet ik zeker dat in heel veel velden goed patrijs (of fazant) zit. Het is dus ook erg pijnlijk voor de veldheer, als deelnemende honden zo onvoldoende opgeleid of incapabel zijn om het te tonen.

Een goede, goed opgeleide hond – met een goed parcours en goede motivatie – zal hij veel vaker alle kansen benutten. En ook dan kan er bij het maken en afmaken van het punt nog veel mis gaan, maar dan is er wild wel getoond!


Dus wie het veld uit komt zonder wild te hebben getoond, zou er beter aan doen te zeggen: ‘mijn hond heeft geen wild gevonden’. Dat is in het geheel geen schande en getuigt van realiteitszin.

Zeggen dat er geen wild in je veld zat, is onzin uitkramen want dat weet je niet. Als het veld al grondig is meegenomen, dan kan het nog steeds zo zijn dat de neus van jouw hond op dat moment net even op slot zat. Sommige honden overkomt dat vaak, anderen zelden. Dat is afhankelijk van de kwaliteit van het jachtverstand van de hond, maar ook een gebrekkige opleiding kan goed in de weg zitten.


Dit voorjaar heb ik een aantal dagen genoten van de voorjaarskampioenschappen in Italië. Een imposant deelnemers veld en prachtige velden met over het algemeen heel goed wild! Ik zag een voorjager wat overmoedig het enorme veld in gaan en vijf minuten later liepen de patrijzen weg van de plek die hij had overgeslagen. Als je veld groot is, dan is die kans reëel, maar dit was pijnlijk om te zien. Enfin, de keurmeesters hebben die patrijzen nooit gezien, dus is het hem niet aangerekend, maar het bracht mij er toe om er beter op te letten. En dit zagen we vaker. Goed jagen is van weinig toeval afhankelijk.


En zelfs hier zagen we enkele voorjagers die de hond de kansen niet lieten benutten, omdat ze eigenlijk niet wisten hoe deze velden aan te nemen. Van een voorjager wordt verwacht dat hij weet waar zijn kansen liggen en die dan opzoekt. En zelfs dan denkt de hond het wel eens beter te weten… wat ook vaak wel zo is. Kansen benutten is geen toeval, maar vereist grondig huiswerk, jachtverstand en een ‘grote hond’.


Als de basis opleiding ‘veld aannemen’ – van randje tot randje het veld meenemen – tekort geschoten is, dan heeft de hond voorgoed geleerd ‘maar wat te doen’. Niet systematisch werken, maar voddig. Die hond heeft geleerd zijn eigen feestje te vieren; leuk als huishond maar niet om mee te jagen. 

Als dat dan aangeleerd gedrag is geworden, dan laat zich dat op latere leeftijd niet meer herstellen. Het jagen van de hond moet je ontwikkelen, je kunt het niet aanleren (als een apport) of afdwingen.

observaties tijdens de voorjaarsveldwedstrijden 2025

in vier delen :

mijn hond had geen wild

de loop van de hond

de hond los laten

hoge neus !

en voor een bredere context:

Jagen met een apporteur
derde segment

De continentale staande hond